Inspraakregeling van de studenten

Terug

A Vaststelling en wijziging van het Participatiereglement

Art. 1:              §1 Conform het Participatiedecreet nemen de Raad van Bestuur en de Studentenraad een Participatiereglement aan, met inbegrip van elke eventuele wijziging, op grond van een volstrekte meerderheid van stemmen binnen de Raad van Bestuur en de Studentenraad.

§2 Het Participatiereglement heeft als doel de relatie tussen de Raad van Bestuur en de Studentenraad te regelen en bepaalt:

1° de wijze waarop de vertegenwoordiging van studenten in de participatieorganen binnen de HUB wordt geregeld;

2° de wijze waarop de verkiezing van de vertegenwoordigers van de studenten wordt geregeld;

3° de wijze waarop de samenstelling en werking van de participatieorganen waarin vertegenwoordigers van de studenten zetelen wordt geregeld;

4° de bevoegdheden die aan de Studentenraad toegekend worden en de procedureregels die bij het uitoefenen van deze bevoegdheden in acht moeten worden genomen;

5° de wijze waarop geschillen over de uitvoering van en/of over de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement worden beslecht.

 

B Statuut en faciliteiten voor de studentenvertegenwoordigers

Art.2:               §1 De Raad van Bestuur draagt er zorg voor dat de (voormalige) vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen binnen de HUB in hun hoedanigheid van student op geen enkele wijze nadelen ondervinden of tuchtsancties krijgen voor de daden gesteld in de uitoefening van hun mandaat.

§2 De vertegenwoordigers van de studenten die menen vanwege hun lidmaatschap van de participatieorganen binnen de HUB in hun hoedanigheid van student benadeeld te zijn of een tuchtsanctie te hebben gekregen, kunnen hiertegen een met redenen omkleed bezwaar indienen bij de ombudsdienst van het Centrum voor Studie- en Studentenbegeleiding.

§3 Voor zover het bezwaar betrekking heeft op bepalingen met betrekking tot de rechtspositieregeling van de student, het tuchtreglement, de betwisting van het examenverloop en beroep tegen examenbeslissingen, verwijst de ombudsdienst in dat geval de indiener van het bezwaar binnen veertien kalenderdagen door naar de bevoegde instantie zoals bepaald in de onderwijs- en examenregeling. In het andere geval legt de ombudsdienst binnen veertien kalenderdagen een voorgenomen besluit ter instemming voor aan het Directiecomité behalve wanneer de indiener van het bezwaar reeds voordien schriftelijk te kennen geeft met de inhoud ervan akkoord te gaan.

Art 3:               §1 De vertegenwoordigers van de studenten kunnen faciliteiten genieten zoals vastgelegd in de onderwijsregeling

§2 De Studentenraad geniet van de ondersteuning zoals omschreven in de onderwijsregeling.

 

C Participatieorganen met studentenvertegenwoordigers

Art. 4:              §1 Conform het Participatiedecreet is aan de HUB een Studentenraad verbonden die studenten met stemrecht afvaardigt naar de Raad van Bestuur van de HUB.

§2 Conform het Hogeschooldecreet2 is een vaste vertegenwoordiging van studenten met stemrecht voorzien in de Academische Raad, en de Algemene Vergadering en de Raad van Beheer van de Studentenvoorzieningen.

§3 Een vaste vertegenwoordiging van studenten met stemrecht is tevens voorzien in de Coördinatie- en Faculteitsgroepen.

§4 Naargelang de noodwendigheden van de agenda kunnen er steeds een of meerdere studenten met adviesrecht uitgenodigd worden op een vergadering van een ander participatieorgaan dan deze hierboven vermeld.

 

D Verkiezing van studentenvertegenwoordigers

Art. 5:              §1 De verkiezingen van de vertegenwoordigers van de studenten is geregeld in het kiesreglement voor de mandaten voor vertegenwoordigers van de studenten in de participatieorganen.

§2 Het kiesreglement wordt opgesteld door de Studentenraad en omvat minstens de duur van het mandaat en de wijze waarop de participatieorganen waarin vertegenwoordigers van de studenten zetelen, opnieuw samengesteld wordt.

 

E Samenstelling en werking van de participatieorganen

Art. 6:             §1 De samenstelling en werking van de participatieorganen is geregeld in een werkingsreglement

§2 Een werkingsreglement wordt opgesteld door de participatieorganen en omvat minstens het aantal leden; het voorzitterschap; de wijze van beraadslagen en beslissen; de eventuele openbaarheid van de vergadering en/of het verslag; de eventuele geheimhoudingsplicht, respectievelijk de strekking en de duur ervan; eventueel onverenigbaarheden van het lidmaatschap, met inbegrip van de wijze waarop met tegenstrijdige belangen van leden wordt omgegaan.

 

F Bevoegdheden van de Studentenraad

Art. 7:              De Studentenraad verdedigt de belangen van alle regelmatig ingeschreven studenten van de HUB en heeft ten behoeve van hen een informatieplicht over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent.

Art. 8:              De Studentenraad kan uit eigen beweging een schriftelijk advies uitbrengen met betrekking tot alle aangelegenheden die studenten aanbelangen. De Raad van Bestuur brengt na ontvangst van een advies steeds een met een redenen omklede schriftelijke reactie uit in de vorm van een voorstel.

 

G Geschillenregeling inzake het Participatiereglement

Art. 9:              Er is sprake van een geschil als de Raad van Bestuur en de Studentenraad het ondanks bijkomend overleg, respectievelijk een gewijzigd voorgenomen besluit niet eens zijn over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement. Indien er sprake is van een geschil over de uitvoering van het Participatiereglement en/of de interpretatie van een bepaling van het Participatiereglement, wordt dit binnen de veertien kalenderdagen gemeld aan de academische ombudsman/vrouw van de hogeschool. De academische ombudsman/vrouw legt binnen de veertien kalenderdagen een bemiddelingsvoorstel voor aan het Directiecomité en de Studentenraad. Indien dit bemiddelingsvoorstel niet aanvaard wordt op grond van een volstrekte meerderheid van stemmen binnen het Directiecomité en de Studentenraad, neemt de Raad van Bestuur een eindbeslissing. Hij brengt hiervan steeds een met een redenen omklede schriftelijke reactie uit ten aanzien van de Studentenraad. Deze motivering wordt binnen een termijn van veertien kalenderdagen meegedeeld aan de Studentenraad, die ingaat de dag na deze waarop de betrokken reglementaire bepaling wordt aangenomen.