Vrijstellingen aanvragen

Hoe vraag ik een vrijstelling aan?

Vrijstellingen worden, indien mogelijk, aangevraagd bij de eerste inschrijving voor een opleiding en uiterlijk op de vastgelegde data.

  • Vrijstellingen voor opleidingsonderdelen die aanvangen in het eerste semester moeten uiterlijk aangevraagd worden op 15 oktober.
  • Vrijstellingen voor opleidingsonderdelen van het tweede semester moeten uiterlijk de derde woensdag van het tweede semester aangevraagd zijn .

Als je nog de toelating krijgt tot laattijdige inschrijving, vraag je uiterlijk een week na de toelating tot inschrijving eventuele vrijstellingen aan.

Na deze data kan je je niet meer beroepen op eerder behaalde creditbewijzen, andere studiebewijzen en attesten van bekwaamheid om je individueel jaarprogramma aan te passen.

De goedkeuring van de vrijstellingen vindt ten laatste plaats samen met het goedkeuren van het individueel jaarprogramma.

Hieronder wordt de procedure beschreven hoe je vrijstellingen kan aanvragen. Bijkomende info met betrekking tot vrijstellingen kan je terugvinden in het onderwijs- en examenreglement.

1. Aanvraag vrijstelling op basis van een creditbewijs of een ander studiebewijs (EVK)

Als je meent aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling voor een opleidingsonderdeel of een deel ervan op basis van een creditbewijs of ander studiebewijs, richt je tijdig een aanvraag tot het studiegebied.

Je dient hiertoe een volledig ingevuld aanmeldingsformulier in bij het studiegebied. Bij je aanmeldingsformulier voeg je ter verantwoording een dossier toe met de eerder behaalde creditbewijzen of andere studiebewijzen.

Contactgegevens studietrajectbegeleiders

2. Aanvraag vrijstelling op basis van eerder verworven competenties via een bewijs van bekwaamheid (EVC)

Als je meent aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling voor een opleidingsonderdeel of een deel ervan op  basis van een EVC volg je de EVC-procedure. Meer algemene informatie over de erkenning van EVC vind je in de algemene brochure “bewijs je bekwaamheid”.
Het eventueel uit deze procedure voortvloeiend bewijs van bekwaamheid is in principe onbeperkt geldig.